1. Uit welke onderdelen bestaat een tabakspijp?

Een tabakspijp bestaat uit meerdere onderdelen welke samen een geheel vormen; de tabakspijp. Elke tabakspijp heeft nagenoeg dezelfde onderdelen, hoe verschillend de tabakspijp er ook uit kan zien. Hieronder ziet u een afbeelding van een gedemonteerde tabakspijp met alle gangbare pijponderdelen gecijferd. De onderdelen kunnen als volgt beschreven worden:

1. Kop; het hoofd van de pijp waar zich de pot in bevindt. De kop zit verbonden aan de tige welke samen altijd uit één geheel bestaan.
2. Tige; verlengstuk van de kop welke altijd samen uit één geheel bestaan. De tige is hol en vervoert de rook naar het mondstuk.
3. Mondstuk; afdraaibaar gedeelte van de tabakspijp. Let op dat deze altijd rechtsom gemonteerd en gedemonteerd wordt aan de tige. Het mondstuk sluit normaal gesproken perfect aan op de tige.
4. Flok; het gedeelte van het mondstuk wat in de tige schuift. Let op dat deze altijd rechtsom wordt gemonteerd en gedemonteerd. De flok is het meest kwetsbare onderdeel van een tabakspijp en breekt relatief gemakkelijk.
5. Beet; het uiteinde van het mondstuk wat normaal gesproken in de mond wordt genomen.
6. Pot of rookkamer; zit in de kop en  in de pot wordt de tabak gestopt.
7. Koollaag; aan de zijden van de pot bevindt zich een koollaag welke ontstaat tijdens het rookproces.
8. Rookkanaal; is de ruimte waardoor de rook van de kop via de tige wordt geloodst naar het mondstuk.
9. Systeem; is een onderdeel dat niet op alle tabakspijpen voorkomt. Hierin kunnen zich verschillende onderdelen bevinden waaronder een sierspiraal, een buisje dat de tabaksrook reguleert of een filter.

2. Hoe stop ik een tabakspijp?

Het stoppen van een tabakspijp verdient net zo veel aandacht als de aanschaf en de keuze van de pijptabak. Aan een te stevig gestopte pijp bijvoorbeeld moet te hard worden getrokken: de pijp smoort en geeft weinig genot. Een te los gestopte pijp zuigt te veel lucht aan waardoor hij heet wordt en de smaak van de tabak verloren gaat. 

Het stoppen van een pijp vergt enige ervaring en is na een aantal malen niet meer zo moeilijk als wordt gedacht.

Stap 1; haal de tabak goed los van elkaar. Dit kan op de flap van de tabakszak of in de deksel van een tabaksblik

Stap 2; stop vervolgens plukje voor plukje de tabak in de kop van de tabakspijp. De eerste plukjes dienen los in de kop te worden gestopt.

Stap 3; hoe meer plukjes zich in de tabakspijp bevinden hoe steviger de plukjes moeten worden aangedrukt. Herhaal het aanbrengen totdat de kop van de tabakspijp is gevuld tot net onder de rand. Het is belangrijk dat de tabak van onder tot boven met een gelijkmatige druk en dichtheid in de kop van de tabakspijp is gestopt. Tabak wat te lang is om in de pot te worden gestopt moet in een cirkelbeweging in de pot worden aangebracht. De tabakspijp is op de juiste manier gestopt wanneer bij druk van de wijsvinger op de tabak, er nog enige veerkracht van de tabak te vernemen is.
 
Naar gelang kan de tabakspijp vol of minder vol worden gestopt. Dit is een kwestie van uitproberen wat het fijnst wordt bevonden. Het is erg belangrijk de tabakspijp nooit helemaal tot de rand toe te vullen of er zelfs overheen te vullen. Pijptabak heeft de eigenschap om uit te zetten wanneer het aangestoken of verhit wordt.
 
Nu is het een kwestie van oefenen totdat er enige handigheid in het stoppen van de tabakspijp ontstaat. Bij een goed gestopte tabakspijp wordt er een lichte prettige weerstand gevoelt wanneer u een rustige teug van de pijp neemt.

3. Hoe moet ik een tabakspijp inroken?

Een tabakspijp zonder koollaag in de ketel dient altijd te worden ingerookt. Een tabakspijp moet aan de binnenzijde van de ketel een koollaag hebben om goed te kunnen functioneren. Deze koollaag kan in de fabriek zijn aangebracht of kan handmatig door u worden aangemaakt dankzij de verbranding van tabak. De koollaag beschermt de tabakspijp en het hout tegen hitte en neemt het vocht op dat vrijkomt bij de verbranding van tabak.

Er wordt vaak gedacht dat het inroken een moeilijke en tijdrovende opgave is terwijl het een eenvoudige handeling is. Het is tevens een kennismaking met het karakter met de zojuist door u gekochte tabakspijp.

Stap 1; vul de ketel van de tabakspijp tot maximaal 1/3e met tabak en rook de tabakspijp compleet leeg. Herhaal deze handeling drie tot vier keer.

Stap 2; vul vervolgens de tabakspijp tot 2/3e met tabak en rook ook nu de tabakspijp volledig leeg. Herhaal deze handeling ook drie tot vier keer.

Stap 3; nu is het tijd om de tabakspijp volledig te vullen. Rook de pijp nog steeds enige tijd compleet leeg tot dat er een gelijkmatige koollaag in de ketel ontstaat. Na een niet al te lange tijd heeft u een perfect ingerookte tabakspijp.
 
Veel tabakspijpen hebben tegenwoordig af fabriek al een koollaag (waaronder alle Big Ben tabakspijpen). Wanneer uw nieuwe tabakspijp al een koollaag heeft is het nog steeds raadzaam bovenstaande stappen te volgen. Het is een goede manier om uw tabakspijp te leren kennen en om gewenning te krijgen aan de pijp.

4. Hoe moet ik mijn tabakspijp onderhouden?

Een tabakspijp gaat het langst mee wanneer u deze met de juiste zorg onderhoudt en behandelt. Wanneer u de volgende stappen volgt zult u langer van uw pijp kunnen genieten.
 
Behandel een tabakspijp voorzichtig; geen enkele pijp verdraagt een ruwe omgang, vooral pijpen van klei en meerschuim zijn erg kwetsbaar. Bruyère tabakspijpen zijn veel steviger en minder kwetsbaar, maar ook deze tabakspijpen hebben hun kwetsbaarheden. Zo is de verbinding tussen het mondstuk en de tige ook bij een bruyère tabakspijp kwetsbaar. Klop daarom nooit een pijp uit op een hard voorwerp. Tijdens het roken wordt de pijp erg warm en zal enigszins uitzetten. Draai daarom nooit een warme pijp uit elkaar. De kans is er dat de tige zal scheuren. Laat tevens een leeg gerookte pijp eerst afkoelen voordat je deze weer opnieuw vult met tabak en aansteekt. Een warme pijp smaakt daarentegen ook veel minder lekker. Wanneer de pijp is afgekoeld kan het mondstuk van de tige worden gedraaid. Let hierbij op dat het mondstuk altijd rechtsdraaiend uit de tige wordt gedraaid. Ook het terugplaatsen van het mondstuk dient altijd rechtsdraaiend te gebeuren.

Na het roken; de leeg gerookte tabakspijp dient na het roken altijd rechtopstaand te worden weggezet. De as kan op deze manier in de pijp afkoelen. De vochtresten welke vrijkomen uit het tabak kunnen zo terug uit de steel in de kop lopen en zullen door het as worden geabsorbeerd. Als de tabakspijp is afgekoeld kunnen de asresten uit de kop worden verwijderd. De as kan worden verwijderd met een pijpenkrabber. Wat tevens in acht genomen moet worden is het feit dat de as niet te lang in de pijp moet blijven zitten. Verwijder dit dus op dezelfde dag dat de pijp gerookt is; want een tabakspijp moet goed kunnen drogen en ademen.
Dagelijks onderhoud en de grote beurt; zoals hierboven beschreven staat, dient de pijp altijd dezelfde dag te worden geleegd nadat deze gerookt is. Na het legen is de pijp gemakkelijk schoon te maken met een pijpenrager. Met een pijpenrager is het mogelijk het mondstuk en de tige te reinigen. Uit de kop dienen de asresten worden verwijderd met behulp van een pijpkrabber. Voor een pijproker zijn er dus twee onmisbare accessoires; een pijpenrager en een pijpkrabber. De grote beurt dient al naar gelang het gebruik van de tabakspijp te worden gedaan.

Na ongeveer 25 rookbeurten is het gebruikelijk om de tabakspijp grondig te reinigen. De grote beurt kan worden uitgebreid met een reiniging met pijpenragers welke bevochtigd zijn met een bepaalde vloeistof. Herhaal de handeling met de bevochtigde pijpenragers tot dat er geen vuil meer op de rager achterblijft.

De koollaag in de kop van de pijp mag niet dikker worden dan twee millimeter. Met de pijpwroeter is het mogelijk deze koollaag op de juiste dikte te brengen. Belangrijk is dat dit zeer voorzichtig gebeurt. Tevens wordt er aanbevolen, dit samen met iemand te doen die hier ervaring in heeft.

Wanneer je bovenstaande handelingen volgt en dit consequent volhoudt kun je veel rookgenot beleven. Een tabakspijp welke niet goed schoon wordt gehouden gaat na verloop van tijd klachten geven. Zo kan de tabakspijp gaan stinken of een bijsmaak geven. Bovendien wordt een goed onderhouden pijp na verloop van tijd mooier en zal deze prettiger zijn om te roken.

5. Algemene tabakspijpinformatie

Kromme of rechte pijp?

Voor een beginnende pijproker is een rechte pijp gemakkelijker. Dit omdat een kromme pijp meer ervaring en onderhoud vergt. Kies als beginnende pijproker dus voor een rechte steel die een gebruikelijke lengte heeft.

Materiaal mondstukken

Merkloze en goedkope tabakspijpen hebben een mondstuk van plastic. Deze mondstukken slijten snel en geven een rare bijsmaak aan uw favoriete tabak. Alle BigBen en Peterson tabakspijpen in ons assortiment hebben een mondstuk gemaakt van gekleurd acryl. Mondstukken gemaakt van Acryl zijn zeer betrouwbaar omdat ze zowel beet- als kleurvast zijn. Tevens geven deze mondstukken geen bijsmaak.

Fishtail of P-lip mondstukken

Beginnende tabakspijp-rokers zien vaak een belangrijk onderdeel bij het uitkiezen van een tabakspijp over het hoofd, namelijk het mondstuk. In de tabakspijpwereld zijn twee soorten mondstukken die het meest gebruikt worden. Namelijk de Fishtail en de P-Lip mondstukken. Beide mondstukken hebben hun voor en nadelen.

De Fishtail, oftewel de vissenstaart, is een rechthoekig mondstuk waardoor de rook direct op de tong komt. Doordat het mondstuk dunner is, is het gemakkelijker om de pijp vast tussen de tanden te houden, waardoor u zonder handen kunt roken.

De P-lip, ook wel de lippenbeet genoemd,  is ontworpen door het merk Peterson. Mede hierdoor zijn ze groot geworden in de tabakspijpwereld. Bij een P-lip is het bovenste gedeelte van het mondstuk halfrond, terwijl de onderkant de onderzijde vlak is. De opening voor de rook zit op de bolling aan de bovenzijde. Hierdoor komt bij het trekken het rook tegen het gehemelte aan. De P-lip mondstukken zijn moeilijker vast te houden tussen de tanden waardoor roken zonder handen lastiger wordt bevonden.

Wat is het Peterson-systeem?

Peterson-systeem tabakspijpen staan wereldwijd bekent op het Peterson-systeem. Het Peterson systeem is een systeem, die in de pijp zit verwerkt, om vocht op te vangen uit het tabaksrook. Door het rook langs een apart compartiment in de pijp te laten gaan wordt het condens onttrokken uit de rook, wat een plezierigere rookervaring geeft.

Met of zonder filter?

U heeft de keuze tussen een tabakspijp met of zonder filter. Een tabakspijp met filter absorbeert vocht uit de tabaksrook waardoor er een aangename droge en gezuiverde lucht ontstaat. Ideaal voor de beginnende tabakspijproker. Filters in de tabakspijpen kunnen vervangen worden.

Kopgrootte kiezen

Allereerst moet u een keuze maken uit het soort tabak dat u gaat gebruiken. Baaitabak of mixture. Baaitabakken branden sneller dan mixture tabakssoorten, hierdoor is een ruimere kop meer geschikt voor het roken van baaitabakken. Mixture tabakssoorten branden trager waardoor een kleinere kop de voorkeur heeft.