1. De Geschiedenis van de tabakspijp

Indianen in Noord, Midden en Zuid-Amerika waren de eerste mensen die pijp rookten, lang voordat de Columbus Amerika ontdekte. De indianen ontdekten wanneer ze een vuurtje maakten van de tabaksplanten, dat de ontstane rook een prikkelend en verdovend effect had. De gedroogde bladeren van de tabaksplanten werden opgerold en in een zelfgemaakt buisje gestopt en daarna aangestoken. Pijp werd voornamelijk gerookt voor medicinale doeleinden, voor het genezen van wonden en het bestrijden van pijn. Maar volgens de indianen was dit ook een manier om met goden in contact te komen. Ook deelden de indianen hun tabakspijp met andere stammen als een teken van vrede en vertrouwen.

Tabak werd 26 jaar nadat Columbus Amerika ontdekte (1492) meegenomen naar Europa. De zeelieden van Columbus begonnen onderweg al gauw zelf met het roken van tabakspijpen. Eén van de voornaamste redenen was de honger stillende werking. Na de aankomst van Columbus in Europa, ging de verspreiding van tabak zeer snel de wereld over.

1.1 Rodrigo de Jerez

Rodrigo de Jerez, een reisgezel van Columbus was de eerste Europeaan die een tabakspijp rookte in het openbaar. Door het rook wat uit zijn neus en mond kwam dachten veel mensen dat dit een vorm van tovenarij was. Rodrigo de Jerez werd hiervoor in gevangenschap genomen. Toen Rodrigo na 7 jaar vrij kwam, was roken een ware rage.

1.2 Nicotiana

Tabak werd gezien als een geneesmiddel en daarom bracht de Franse ambassadeur Jean Nicot tabak mee naar het Franse Koningshuis. Volgens Nicot zou het helpen bij: verkoudheid, schurft en vele andere ziekten. De tabaksplant is in 1564 naar Jean Nicot vernoemd (Nicotiana)

2. De eerste Nederlandse Tabakspijpen

Vanaf begin  16e eeuw tot begin 20e eeuw worden in Nederland voornamelijk tabakspijpen gerookt. In tegenstelling tot de houten Indiase pijp worden de pijpen in Nederland van klei gemaakt. Door de grote vraag naar kleipijpen, ontstaan rond 1600 overal pijpmakerijen. Deze breekbare tabakspijpen worden tegenwoordig nog steeds gevonden bij historische opgravingen. Kleipijpen werden geproduceerd in Amsterdam, Gouda, Utrecht, Schoonhoven en Gorinchem.

3. De pijpenmarkt

Door de erg snelle groei van pijpmakerijen, ontstaat in Amsterdam een wekelijkse pijpenmarkt. Het succes van de kleipijpen verspreidt zich snel naar andere steden, waaronder Gouda. Door de toen snel stijgende Nederlandse welvaart, was de vraag naar mooi afgewerkte pijpen groter. Omdat kleipijpen uit Gouda een betere kwaliteit hadden, verloor Amsterdam al gauw hun toppositie. Voor Gouda is dit niet in het voordeel. In 1750 is de helft, waaronder veel vrouwen en kinderen, van de Goudse bevolking werkzaam in de pijpenmakerij. In de 18e eeuw neemt de buitenlandse concurrentie toe en loopt de buitenlandse afzet sterk terug. Ook de komst van de houten pijp, snuiftabak, sigaretten en sigaren zorgt ervoor dat de vraag naar de kleipijp sterk afneemt

4. Meerschuim tabakspijpen

Meerschuim tabakspijpen worden nog steeds gezien als de top onder de tabakspijpen. Maar zijn ook zeer prijzig. Meerschuim is in 1723 door de Hongaarse Graaf Andrassy meegenomen uit Turkije. Andrassy gaf dit stuk meerschuim aan zijn schoenmaker om er een tabakspijp van te kerven. Er werd altijd gedacht dat meerschuim versteend zeeschuim zou zijn, maar in werkelijkheid is het versteend magnesium en is gevormd door kalkhoudende zeediertjes uit de prehistorische tijd. De voordelen van een pijp van meerschuim zijn: weinig warmtegeleidend, sterk vocht opnemend en licht van gewicht. Ideaal voor de eravaren pijprokers. Meerschuim valt te vinden in Bosnië, Griekenland, Spanje, Tanza­nia maar vooral in Turkije.

4.1 Houten tabakspijp

Verschillende verhalen vertellen dat een Franse pijproker een meerschuimen tabakspijp had aangeschaft tijdens zijn vakantie in Corsica rond 1820. Bij thuiskomst kwam hij erachter dat zijn kostbare maar kwetsbare pijp gebroken was tijdens zijn reis naar huis. De Fransman vroeg een lokale ambachtsman om een nieuwe pijp te kerven uit hout van een bruyère. Bruyère, in het Engels Briar genoemd, is een heide struik en groeit voornamelijk in gebieden rond de Middellandse Zee. Alleen het hout van de knol wordt gebruikt. De Fransman was zo enthousiast bij het roken van zijn bruyère pijp, dat hij de pijpen zelf begon te produceren. De bruyère-pijp oftewel de houten pijp is momenteel de meest populaire tabakspijp in de wereld.

5. Het Huis Gubbels

Gubbels is opgericht in 1870 en is wereldwijd bekend voor het maken van bruyère tabakspijpen. Bij Gubbels produceren ze de tabakspijpen nog met de vele allang vergeten technieken, welke essentieel zijn voor het vervaardigen van de perfect tabakspijp. Deze speciale techniek wordt als drie generaties doorgegeven in de Gubbels familie. Het huis Gubbels verkreeg in 1972 het Predicaat Koninklijk door hare majesteit de Koningin. Deze bijzondere tabakspijpen van Gubbels zijn te vinden op tabakspijp-zaak.nl.